Vergrijzing en ontgroening zijn een gevolg van de ontwikkeling in leeftijdsopbouw. Het leidt tot een toenemende 'grijze druk'; tegenover elke 65-plusser staan in 2050 nog maar 4 personen die werken.
De toenemende "grijze druk" heeft gevolgen voor de Nederlandse samenleving als geheel, maar ook voor de arbeidsmarkt. De generatie geboren tussen 1945 - 1965 is momenteel nog zeer actief in het arbeidsproces en dit aandeel zal de komende jaren nog verder toenemen. Het aandeel van de jongere generatie in de beroepsbevolking zal echter als gevolg van de stabiele "groene druk" de komende jaren juist verder dalen. Op termijn zal de totale beroepsbevolking naar schatting met zo'n 10% krimpen.
Grijze druk
Op dit moment is de grijze druk in Nederland 22%. Dit betekent dat op elke honderd potentiële arbeidskrachten (20-64-jarigen) er 22 personen 65 jaar of ouder zijn. Vijftig jaar geleden waren dit er nog 14. Dit percentage zal de komende decennia stijgen. Tot 2010 is die toename nog geleidelijk, maar na 2010 zet een versnelling in: vanaf dat jaar bereiken de eerste babyboomers de leeftijd van 65 jaar. Rond 2040 bereikt de vergrijzing haar hoogtepunt. De grijze druk zal dan 43 procent zijn, bijna het dubbele van nu. Na 2040 neemt de grijze druk af omdat de naoorlogse generatie dan overleden zal zijn. De daling zal echter niet sterk zijn. Ook in de tweede helft van deze eeuw zal de grijze druk ruim 40 procent zijn, bijna tweemaal zo hoog als nu. De vergrijzing is dus structureel.
Groene druk
Onder groene druk wordt verstaan het aantal personen jonger dan 20 jaar als percentage van het aantal personen van 20-64 jaar. De laatste jaren is de groene druk stabiel. Door de steeds hoger wordende grijze druk daalt het aandeel echter relatief.
|


|